Wat is autisme nou precies?

Lyone van Olst
25-1-2023

Autisme ook wel ASS is een ontwikkelingsstoornis en/of een gedragskenmerk, autisten hebben moeite met het herkennen van emotie bij andere mensen. Mensen met autisme verwerken informatie anders dan mensen zonder autisme. Bij mensen zonder autisme wordt informatie automatisch gefilterd, bij mensen met autisme is dat niet zo. Daardoor zijn zij vaak overprikkelt. Vaak komt een autistische stoornis met een andere stoornis. Er zijn verschillende subgroepen van autisme: autistische stoornis, Rett syndroom, desintegratiestoornis, Asperger syndroom en PDD-NOS.


Autistische stoornis

Vanaf 1943 werd autisme als een aparte aandoening ontdekt door Leo Kanner. Het ging bij deze aandoening om een diepgaand contactstoornis en een communicatieprobleem. Het kind heeft moeite informatie te verwerken en kan daardoor snel overprikkeld raken. Bij deze subgroep kan je het op jonge leeftijd al merken. Er wordt weinig oogcontact gemaakt. Het kind lacht niet terug. Het kind leert spreken, maar praat het na. Het kind gebruikt de woorden niet in eerste plaats om met anderen te communiceren. Ze kunnen slecht tegen verandering. Bij veranderingen kunnen ze paniekerig, woedend of opgewonden reageren. Ze weren lichamelijk contact af en oogcontact wordt hierbij ook vaak vermeden.


Syndroom van Rett

Syndroom van Rett komt alleen maar voor bij meisjes. Deze aandoening is aangeboren. De kinderen ontwikkelen de eerste 5 maanden redelijk normaal. Na die 5 maanden begint een mentale achteruitgang die tot het vierde jaar kan duren. Bij deze kinderen blijft de schedel klein tot in vergelijking met het lichaam. Ze hebben moeite met lopen en spreken. Ook wordt het verstaan/begrijpen van anderen moeilijker.


Desintegratiestoornis

Dit is een zeldzame stoornis. Het gaat hier om kinderen die ze eerste 2 jaar zich normaal hebben ontwikkeld. Na die 2 jaar beginnen hun autistische trekjes te vertonen. Ze verliezen de vaardigheden die ze al hadden ontwikkeld. Er ontstaat een contactstoornis, die lijkt op autistische stoornis.


Asperger syndroom

Bij Asperger syndroom begint het gedrag pas op latere leeftijd dan bij het type van Kanner. Hier gaat het om kinderen met een boven gemiddeld IQ. Er is nog wel een typische contactstoornis, maar minder diepgaand dan bij de kinderen met klassieke autisme. Deze kinderen hebben ook geen moeite met het begrijpen en spreken van de gesproken taal. Vaak is er een eigen soort humor bij deze kinderen. Kinderen met Asperger syndroom hebben vaak minder moeite met aanpassen aan hun omgeving, maar het sociaal functioneren geeft soms nog wel problemen. Bij deze stoornis komen vaak emotionele uitbarstingen en paniekaanvallen voor. Op latere leeftijd kunnen de mensen vaak wel een mate zelfstandigheid hebben en een vaste baan hebben.


PDD-NOS

Hier gaat het om kinderen met een ernstige beperking in de ontwikkeling van sociale interacties of van verbale- en non-verbale communicatievaardigheden, interesses en activiteiten. Terwijl er geen sprake is van de hierboven genoemde stoornissen. Het betrekt een grote groep van de jeugd. Bij de meesten staat het contactprobleem vooraan, maar bij sommige valt het nauwelijks op.

picto


In het reguliere onderwijs heb je vaak alleen met Asperger syndroom en PDD-NOS te maken. In het speciaal onderwijs is dat anders daar krijg je met alle soorten te maken. Namelijk per klas in het speciaal onderwijs zitten er 4 tot 5 kinderen in het Autisme Spectrum Stoornissen. Die kinderen leren heel anders dan kinderen zonder autisme. Zij hebben behoefte aan visuele ondersteuning. Zo gebruiken ze op sommige scholen picto’s. Dit zijn simpele plaatjes waar ze visueel kunnen zien wat ze die dag gaan doen. Dit helpt de leerlingen doordat te weten wat ze gaan doen en zo een structurele dag hebben. Daar hebben deze kinderen veel behoefte aan. Ze houden niet van verandering. Dit blijft voor de rest van hun leven. Ook leren ze heel anders dan kinderen zonder autisme. Kinderen zonder autisme zijn minder nieuwsgierig dan kinderen met autisme. En hebben minder drang om te ontdekken. De motivatie haalt een kind niet uit zichzelf. Maar ze doen het voor een ander. Voor iemand met autisme is dat heel anders. Zij moeten een leerproces hebben dat op hun niveau gemaakt is. Zij hebben behoefte aan ritme en niet elke dag een ander ding doen. Zij verwerken informatie van de buitenwereld heel anders. En hebben zo dus ook een speciale manier van uitleg nodig. Ze hebben moeite om de informatie te plaatsen. Ze zien niet altijd de functie van de context. Ze hebben daarentegen wel oog voor detail. Dingen waar ze moeite mee hebben zijn bijvoorbeeld: plannen, evalueren, zichzelf aanpassen aan de omgeving en problemen oplossen. Ook hebben ze veel moeite met emotie te herkennen en begrijpen.

video over autisme

Je moet cookies accepteren om deze video te bekijken.

Mischien ook leuk

article

Sinds wanneer weten we van autisme?

Lyone van Olst en Daan Mulder
28-1-2023
article

Hoe krijg je autisme?

Lyone van Olst en Daan Mulder
30-1-2023
article

Hoe kan je de gevolgen van autisme verminderen?

Lyone van Olst en Daan Mulder
30-1-2023